Geplaatst

De schouwburgzaal was karig gevuld, deze vrijdagavond. De gemiddelde leeftijd van het schaarse publiek lag ook vrij hoog. Sommige toeschouwers leken zelfs uit een ander tijdperk overgeheveld. De gedistingeerde dames en heren die hier en daar in de bescheiden grijze meute opdoken, oogden als de laatste toeschouwers die de bloeitijd van de Haagsche Comedie nog hadden meegemaakt.
Waarschijnlijk was dat niet ver bezijden de waarheid, want we kwamen voor ‘Ko!’, een voorstelling naar het leven van de acteur Ko van Dijk. En de meeste toeschouwers waren van de leeftijd dat ze de echte Van Dijk nog gezien konden hebben. Het was alsof ze in geringe getale hun allerlaatste hommage aan hun reeds lang gestorven toneelicoon kwamen brengen. Nu ze het nog konden.
Van de weinige jongere toeschouwers viel een vrouw met een Lidltas op. De voorstelling leek voor haar een tussenstop op de route van de Lidl naar huis. Zij detoneerde in een gezelschap, dat ook weer in het huidige tijdsgewricht detoneerde.
Na de voorstelling kreeg zij echter bijval uit onverwachte hoek. Titus Muizelaar, kort daarvoor nog vlammend op het podium als de vertegenwoordiger die zich Ko van Dijk waande, struinde door de foyer met in zijn hand een volgepropte oranje Albert Heijn-tas, die alweer geruime tijd jaren nul-retro is. Hij plofte aan een tafel neer, en nam verstoord kijkend een vaasje met pinda’s ter hand. ,,Wat ’n onzin!" bulderde hij tot mij en mijn gezelschap. ,,Wat ’n botte onzin! Wie heeft dit nou bedacht?"
Medespelers Daan Schuurmans, John Leddy en Lieke Rosa Altink waren inmiddels ook in de vrijwel uitgestorven foyer opgedoken. Ze namen van de weinige overgebleven toeschouwers nog wat beschaafde complimentjes in ontvangst, en voegden zich bij Titus Muizelaar, die nog wat door monkelde over de pindavaasjes. Waar hij verder gretig uit graaide.
Het was de nazit van de laatste voorstelling uit de tournee. De laatste pinda’s werden uit de vaasjes geschud. De laatste toeschouwers stapten, de spelers beleefd toeknikkend, een voor een op. De acteurs neuzelden nog wat na, de magie van de voorstelling was allang vervlogen, en Ko van Dijk was doder dan ooit.