Geplaatst

Kantoorboekhandel

,,Hé, Patries, hoe is het?” riep de vertegenwoordiger iets te monter toen hij de kantoorboekhandel betrad. De vertegenwoordiger was al op leeftijd; ik schatte hem richting afvloeiingsregeling. Hij droeg een corduroy jasje dat mij deed denken aan de bekleding van een fauteuil die momenteel bij Victor Boeren in de etalage staat.,,Met je kinderen ook alles goed?” vervolgde hij met even routineuze monterheid tegen de vaalbleke verkoopster. Ze mompelde iets bevestigends.
,,Vier had je er geloof ik, hè?” ging de vertegenwoordiger onverschrokken voort. Hij maakte hierbij een geluid dat erop duidde dat hij enige speekselbelletjes die tussen zijn tanden door sijpelden naar binnen zoog.
,,Vier, ja” zei de verkoopster mat.
,,En de jongste was een jaar alweer geloof ik, hè?”
,,Anderhalf ja” knikkebolde de verkoopster.
Naadloos ging de vertegenwoordiger over op zijn vraag naar de cheffin. Maar die zou over een kwartier pas naar voren komen. De vertegenwoordiger begon daarom maar een overbruggingspraatje over zijn werk.
Het beviel hem uitstekend dat hij nog maar halve dagen werkte en niet meer elke dag in de file zat. En hij genoot er zo van als hij op een doordeweekse dag zo maar uit mocht slapen. Hij verheugde zich al op volgend jaar, wanneer hij nog meer vrij zou krijgen.
De vaalbleke verkoopster knikte en humhumde wat. Ze hoorde aan de intonatie van zijn woorden wel wanneer ze dat het beste kon doen.
De uiteenzetting over het gelukzalige parttimersbestaan vloeide over in de werksituatie. En dan met name over die Twentse jongen bij hen op de zaak.
,,Die jongen slikt alles in, hè. Ik zeg: joh, dat moet je niet doen. Dat je met je eigen mensen zo praat is prima, maar bij onze andere klanten kun je dat echt niet maken.”
Gelukkig kwam de cheffin opdagen zodat de vaalbleke verkoopster en de verhalende vertegenwoordiger niet meer tot elkaar veroordeeld waren. Ze leidde de vertegenwoordiger naar een belendend kantoortje.
,,Jij blijft er ook slank onder!” gnuifde de vertegenwoordiger.
Toen de deur van het belendende kantoortje sloot hoorde ik hem nog zeggen: ,,Zo, jij hebt het hier ook verfraaid geloof ik, hè? Nee?”