Geplaatst

Vergankelijk

Zodra de Tilburgse kermis begint, komen ook de allervaagste bekenden weer bovendrijven. Vaak ontwaar je in de massa gezichten die al zo lang uit je vizier waren verdwenen dat je ze eigenlijk gewoon vergeten was.Zo keek ik, slenterend over het kermisterrein, ineens recht in het gezicht van een zwarte ridder uit mijn jeugd. Ik kende hem uit mijn middelbare schooltijd. Hij zat een paar klassen hoger en droeg dikwijls een spijkerjackje met een doodskop erop. Zijn gestalte torende boven iedereen uit. Daar hij wist hoe schrikaanjagend hij was, terroriseerde hij er vrolijk op los. Vooral bij jongetjes uit lagere klassen. ,,Öttrappe!” beval hij mij eens. Ik was hem argeloos gepasseerd op het schoolplein en plots had hij mij een brandende peuk voor de voeten gegooid. Ik aarzelde. ,,Öttrappe zeg ik godnondeju!” bulderde hij nogmaals. Nog meer mot vermijdend volgde ik snel zijn bevel op. ,,Waorveur trapte gij naa mèn sjekske èùt?” riep hij verontwaardigd. ,,Dè wordt dokke baas. Dè wordt dan één sjekske en daor komt dan BTW bij en oôk nog vergoeding…Ik krèèg merge unne knaak van jou, jonge.” Gelukkig had de schoolpleinbully behalve een kort lontje ook een kort geheugen, waardoor hij de afpersing de volgende dag weer vergeten was. En hij hield het immer bij schelden en dreigen alleen, dat moet ook gezegd. Jaren later had ik hem nog eens op een reünie ontmoet. Hij kon me niet precies meer plaatsen, maar vage herkenning was er wel. Hij vertelde me over de drive in show die hij dat weekend gedraaid had: ,,Dè was kut meej pere. Ik zeg die pere d’r aaf, ik d’r op!” ,,Die moet ik onthouden!” had ik schaapachtig gegrinnikt. Sindsdien nooit meer gezien. Tot vrijdag op de kermis dan. Hij was erg uitgedijd en zijn kennelijke echtgenote, ook behoorlijk uitgedijd, duwde moedeloos een kinderwagen voort. Achter op zijn jack had de doodskop plaatsgemaakt voor het logo van de drive in show die hij nog steeds had. En hij leek ook ineens niet zo groot meer. In elk geval niet groot genoeg om aan de massa te ontstijgen.