Geplaatst

De cafetaria leek zo’n kwartier waar vreemde klanten stilzwijgend gedoogd werden. Twee van de drie terrastafeltjes waren vrij. Ik nam plaats aan de linkertafel, daarmee een privacyrespecterende afstand creërend tot de drie mannen aan de rechtertafel.Niet nodig; ze keken dwars door me heen. Zelf leken ze wel graag bekeken te worden. De hitte was een alibi om goed uit te pakken. Twee van hen hadden het bovenlijf geheel ontbloot. De een had een levensgrote python op zijn rug, de ander enkele Chinese tekens. De derde, in een half openhangend overhemd gehuld, toonde slechts zijn ondefinieerbaar beschilderde armen en een glimp van een drakenkop, overwoekerd door een mat van zwart krullend borsthaar. De relatief decent geklede man voerde een Franstalig telefoongesprek. Ook voor wie het niet verstond, was het duidelijk dat het om een vage transactie ging. De half ontklede mannen becommentarieerden langsfietsende vrouwen, die sporadisch het eentonige beeld van voorbij scheurende bolides doorbraken. ,,Wè zitte gij naor dè vraawke te kèèke?” vroeg de man met de Chinese tekens. ,,Jonge, ik kèèk net zoo lang totdèk die kut in munne mond heb!” sprak de man met de python. ,,Dan kunde nog lang kèèke!” hoonde de man met de tekens. ,,En traawes, ge hèt jullie Marij toch?” ,,Jè, mar ik wil wel is wè aanders. Ik lôop al vèftien jaor aachter dezelfde koei aon!” ,,Dan moette d’r unne stamp geve!” ,,Jè, mar dan moek wir alimentaosie gaon betaole…Ik waar ut beste aaf ak d’r ophong. Dè kost me dan oôk zes jaor meej de V.I. d’r aaf. Mar jè, dè doede nie gaaw hè?” ,,Nèè zoo ist.” verzuchtte de man met de Chinese tekens. Zich bewust van de onontkoombaarheid der dingen staarden ze stilzwijgend voor zich uit. Het Franstalige gemurmel van hun nog steeds volop onderhandelende disgenoot stak bijna vrolijk bij dit sombere stilzwijgen af. Dit alles aanziend en aanhorend viel mijn oog ineens op het asbakje op mijn tafel. Er zat een tot donker okergeel verkleurde klodder mayonaise aan het randje. Maar ik was inmiddels al in een stadium aanbeland dat mij dat helemaal niks meer kon schelen.