Geplaatst

BANK

Toen ik bij de bank binnenkwam, herkende ik weinig meer. Ik hoef er gelukkig zelden te zijn, waardoor ik na de verbouwing niet meer binnen was geweest.
Omdat ik de nummerautomaat nergens meer kon vinden, drentelde ik weifelend op de infobalie af. De man achter de balie wees mij fijntjes op de nummerautomaat, die in het geheel niet leek op het vertrouwde model van voor de verbouwing, en tevens op een andere plaats stond.
Ik zetelde mij op een bankje, waarvan de oranje bekleding nauwelijks bezeten aanvoelde. Op een aangrenzend bankje zat een pompeuze geblondeerde negerin, die zich even later van haar zetel verhief, en naar een rek met folders waggelde. Deinend met een klassiek achteruitstekend achterwerk begaf ze zich naar het vakje met folders voor credit cards. Ze pakte er een uit, bladerde even, en probeerde het vervolgens terug te stoppen. Ze kon de vorm van het doorzichtige vakje echter niet onderscheiden, waardoor ze niet wist op welke hoogte de folder erin gestoken moest worden. Na enig wringen en douwen, waarbij ze nergens in, achter of tussen kon komen, propte ze het blaadje dubbelgevouwen in het houdertje, en begaf zich terug naar haar zitplaats.
Even later kwam er een gedesoriënteerd rondkijkende oudere dame binnen. Ze dwaalde langs de stoel van de negerin, en vroeg aan haar of ze de nummerautomaat wist. Dat wist ze; in tegenstelling tot het folderrekje had de ligging van deze automaat geen geheimen voor haar.
Even later voegde de oudere dame, uitgerust met een nummertje, zich bij de negerin, waarna ze de vernieuwingen binnen het bankgebouw bespraken met een mengeling van verwondering en bedenkelijkheid.
Een oudere heer kwam, eveneens gedesoriënteerd rondkijkend, binnen vallen, en vroeg de twee dames ook al naar de nummerautomaat. De oudere dame legde het, als zojuist ingewijde, met genoegen uit.
Even later voegde de oudere heer voegde zich, als in een replica van een eerdere situatie, uitgerust met een nummertje bij de dames, waarna hij zich moeiteloos in een soortgelijke toonaard in het gesprek over de vernieuwingen voegde.
De saamhorigheid van de onmacht vierde hoogtij. Zonder iets te kunnen veranderen.