Geplaatst

Smakelijke bossen (2)

En wat te denken van een speciale ‘eekhoorntjesbroodbakkerij’? Of kraampjes en stalletjes voor de verkoop van verse appelstroop, bosvruchtenjam en perensap. En waarom daarbij niet een theeschenkerij, waar van de verzamelde bosvruchten meteen een heerlijke, verse thee wordt gezet of de bosoogst meteen wordt getransformeerd tot een heerlijke salade met vers geoogste molsla, vogelmuur, ganzenvoet en koolzaadolie of een exclusieve Brabants Landschapkoffie van cichorei, kliswortel en kleefkruidzaad? Eventueel ook uit te breiden met een natuurapotheek?

Stel je voor dat topkoks op de televisie ons straks voor de kerstdagen niet meer aansporen tot boodschappen doen bij grote supermarktketens, maar tot een wandeling in een recent opengesteld ‘bois d’ haute cuisine’. Bossen waaruit het publiek kan vergaren en eten zijn zo voor de hand liggend dat het eigenlijk onbegrijpelijk is dat ze niet overal al lang zijn gerealiseerd. Maar een gratis door de natuur aangeboden overvloed aan vers en verrukkelijk voedsel in onze bossen is natuurlijk een bedreiging voor de traditionele voedingsbranche. Waar blijven Maggi. Knorr en California als we voor paddestoelenbouillon het bos in gaan? Enkele jaren geleden werden door het Gelders Landschap serieuze plannen gesmeed voor de aanleg van ‘smulbossen’. Het was de bedoeling dat je er veel en lekker ‘wild’ eten uit kon halen. Dit idee werd door de media meteen belachelijk gemaakt en neergesabeld.
De smulbossen vielen bij hen niet in de smaak. Een rare beeldvorming en verontwaardiging waren kennelijk leuker en interessanter dan de serieuze intenties en potenties. Op de Veluwe dus voorlopig geen ‘Hof van Ede’ of andere paradijselijke toestanden. Naast de ‘Onzalige Bossen’ geen ‘Zalige’ met een overvloedig aanbod van zalige bosvruchten.
‘Smulbossen’ vielen zogezegd niet in de smaak. Het woord ‘smulbos’ belandde weliswaar in 2004 op de vierde plaats in de toptien van nieuwe Nederlandse woorden, maar het had toen al een totaal andere sfeer, inhoud en betekenis dan bij de introductie.

Maar het idee om monotone houtopstanden voor de houtproductie te vervangen door een rijke variatie aan bomen en struiken voor de fruitproductie is nog altijd even actueel.
Kinderen hebben vaak geen flauw idee meer van de natuurlijke herkomst van alles wat ze eten en drinken. Het zou een goede zaak zijn als ze van Brabants Landschap te weten komen waar de ingrediënten groeien van hazelnootpasta, aardbeienjam, cassislimonade, appelstroop of ahornsiroop. Volwassenen zouden dit bijzonder waarderen van ‘terrine de chataigne’, ‘tartelette au pommes’, ‘truffes fraiches’, cider, calvados, ‘Kriek Lambik’..  .
Maar menig natuurbeschermer is juist bang voor het succes van dit soort culinaire bossen.
Want automatisch zal natuurlijk de vraag rijzen naar picknickwouden waar iedereen de ingrediënten ook kan oogsten voor dierlijke gerechten, zoals reebout, fazantenpaté, houtsnip in cantharellensaus, kikkerbilletjes in poulettesaus, snoek in botersaus en forel met bosuitjes.
De levensmiddelenindustrie zou bezwijken onder de concurrentie van ‘fruitbossen’, ‘plukbossen’, ‘vlees- en visbossen’, ‘maaltijdbossen’ en ‘eet smakelijk bossen’. We zouden voor ons eten niet langer naar de winkel gaan, maar massaal met zijn allen naar het bos.
Dat kan natuurlijk niet. Maar daarom staat het ons nog wel vrij om te dromen van oorden als:

Aalbesburg,  Ananina’s Fust, Bes en Duin, Bierpompveld, Dikbuiksche heide, Gevulde Pannenhoef, Groentewoud,  Koolslabroek, Lekkere Lokker, Neem ’t maer, Noot en Zang, Papschot, Peer en Pruim, Reuselbeemden, Roerbakseven, Schenkeldijk, Spekdonken, Smulpapenbroek, Tongelaer, Zwijnsbergen. En wat te denken van culinaire bossen in de aloude ‘Heerlijckheyt Tilburg en Goirle’.

voor overzicht per onderwerp van eerdere stukjes (met links)
zie weblogoverzicht:   
A tot G    G tot M,   M tot S  en  T tot Z.