Geplaatst

‘anti gribus regeling’ fantasieloos: GEEF NATUURLIJKE BEGROEIING DE RUIMTE gastcolumn Hein van der Schoot deel 2

De bekende Nederlandse onderwijzer, schrijver en natuurbeschermer van het eerste uur, Jac. P. Thijsse (1865-1945) wees er in de dertiger en veertiger jaren al op dat de nabijheid van een natuurlijke omgeving belangrijk is voor ons welzijn en ons leven verrijkt. Hoe kijkt Tilburg anno 2010 aan tegen zijn ideeën?

Natuurlijke begroeiing in de stad

Thijsse pleitte voor een minder rigide groenbeheer in de stad: niet alleen maar plantsoenen als een meer of minder geslaagde ‘vulling’ van straten en pleinen, maar ruimte voor een ‘natuurlijke omgeving’ met natuurlijke ‘plantengemeenschappen’. Hij stelde daarom voor om heemtuinen aan te leggen, tuinen waar de stadsbewoner in contact kan komen met gevarieerde inheemse flora en fauna: ‘met het welig groeiende leven van de aarde’, zoals hij het noemde. Thijsse benadrukte dat zulke plekken met een ‘natuurlijke begroeiing’ aan de randen van de stad én midden in de stad ook een belangrijke ecologische functie vervullen: allerlei planten en dieren kunnen zo vanuit het ons omringende landschap naar onze directe woonomgeving komen. ‘Ik hoop dat het Plantsoenwezen ook deze richting uit wil’, schrijft hij in 1941 in het tijdschrift ‘De Levende Natuur’.

In de jaren zeventig en tachtig waren er initiatieven, ook in Tilburg, die aansloten bij de ideeën van Thijsse en de hier eerder genoemde Le Roy, maar in de jaren daarna won een totaal andere visie steeds meer terrein. In parken en plantsoenen werd op veel plaatsen gevarieerde onderbegroeiing vervangen door gras en zelfs bij het Natuurmuseum aan de Spoorlaan moest een door vrijwilligers aangelegde heemtuin plotseling wijken voor eenvormige beplanting.
Op veel plaatsen verdween stadsnatuur, uit sommige parken en plantsoenen zelfs alle struiken.

Door kaalslag en ‘inbreiding’ raakt ook steeds meer het evenwicht zoek tussen bebouwing en groen. Zelfs cultuurhistorisch groen dat herinnerde aan het agrarische verleden van Tilburg werd begin dit jaar in de Bokhamer nog gekapt voor een paar rijtjeshuizen (zonder dat van tevoren natuurwaarden serieus in kaart werden gebracht!). Voor de kloostertuin achter het Missiehuis aan de Bredase weg, die deel uitmaakt van een belangrijke groenstructuur, zijn nu ook al bouwplannen. Doordat er in het van oudsher groene Tilburg veel natuur is verdwenen, is het voor veel soorten vogels steeds moeilijker om voedsel en nest- en schuilgelegenheid te vinden. Allerlei soorten die hier niet lang geleden nog voorkwamen zie je inmiddels niet meer.

Wat vaak over het hoofd wordt gezien is dat het verdwijnen van natuur uit de stad grote gevolgen heeft voor de ontwikkeling van opgroeiende kinderen. Zij fietsen namelijk niet zelfstandig zomaar even naar een natuurgebied buiten de stad. Als kinderen niet op jonge leeftijd regelmatig in hun directe woonomgeving in aanraking komen met de natuur, een band opbouwen, dan ontstaat wat dat betreft een achterstand die later niet of nauwelijks nog is in te halen. En laten we ook de ouderen niet vergeten die door lichamelijke beperkingen volledig zijn aangewezen op de natuur in hun directe woonomgeving.

Verschraling en nivellering

Bij het inrichten van de openbare ruimte is in Tilburg de focus vooral gericht op overzichtelijkheid, efficiëncy en ‘netheid’ (op het gemeentehuis aangeduid als ‘T stijl’).
Voor afwisselende natuur is niet of nauwelijks nog ruimte en zelfs braakliggende terreinen worden nu ‘heroverd’ op de natuur. Weliswaar beloofde de wethouder – nadat burgers aan de bel trokken – de biodiversiteit op braakliggende terreinen te willen bevorderen, op papier is iets heel anders vastgelegd en tot nu gebeurt in de praktijk telkens het tegenovergestelde.
De waarde en ‘andersheid’ van wilde vegetatie werd op de gemeentepagina zelfs letterlijk gekwalificeerd met de term ‘gribus’, iets dat ongewenst is en verbannen dient te worden.
Die houding zien we ook terug in het zogenaamde ‘beeldbestek’ voor ‘schoonhouden’ van de openbare ruimte. Daarin is geen plaats meer voor de enkele jaren geleden op overhoekjes en onbetreden randjes en plekjes nog getolereerde wilde plantengroei. En nu is het dan zover gekomen dat zelfs spontane natuurontwikkeling op braakliggende terreinen meteen de kop wordt ingedrukt.

De onlangs aangenomen bouwverordening is het zoveelste bewijs dat er vanuit het gemeentehuis aangestuurd wordt op een radicale cultuuromslag. Wat er in feite gebeurt is dat de ene cultuur (in een stad ook ruimte bieden aan wilde vegetatie), wordt verdrongen door een andere (alleen nog ruimte voor ‘gemaakte’ natuur en aangeplant groen). Dit is een proces van uniformering dat funest is voor de flora en fauna in de stad. Maar niet alleen daar zien we verschraling en nivellering. De invloed van de Tilburgse aanpak reikt verder. Wanneer in onze directe leefomgeving de variatie en scheppende kracht van de natuur aan banden wordt gelegd, dan heeft dat verstrekkende gevolgen voor ons denken en voor onze kijk op de wereld en het leven.

Foto: Jonge kleine plevier in 2008 op braakliggend terrein aan de Cobbenhagenlaan in de Reit.