Geplaatst

Biodiversiteit in Tilburg 4

Commentaar op de conceptnota ‘Biodiversiteit’ deel 4

Cultuurhistorie

Zelfs de inventarisatie van monumentale bomen (in 1991 zogenaamd allemaal al gedaan) is anno 2010 nog steeds een farce. Op aandringen van de gemeenteraad is daar Stichting Stadsbomen enkele jaren geleden bij ingeschakeld. Zo heb ik nog meer van nabij mogen meemaken hoe die inventarisatie niet gestimuleerd werd, maar op alle mogelijke manieren geremd, beperkt, vertraagd, gedwarsboomd en zelfs weer ongedaan gemaakt (zie eerdere brief daarover n.a.v. ‘Tilburg boomT’). Door mij geïnventariseerde bomen werden als zonder cultuurhistorische betekenis weer afgevoerd. Openbare bomen, struiken, waardevolle tuinen en grotere groeneenheden in zijn geheel (en zelfs bepaalde boomsoorten) diende ik bij voorbaat al niet te inventariseren. Dat was al gedaan of ‘onnodig’. Bij de behandeling van de nota ‘Tilburg boomT’ nam de gemeenteraad daarna een motie aan waarin het begrip ‘Cultuurhistorie’ ruimer geïnterpreteerd moest worden dan alleen herdenkingsbomen voor het Oranjehuis, zoals in de nota al bijna zwart op wit was vastgelegd. Maar die motie heeft toch kennelijk geen nadere invulling en uitvoering gekregen. Net als in de nota ‘Groen’ vinden we in de nota ‘Biodiversiteit’ geen enkele concrete vermelding van locaties met nog letterlijk levend verleden en nog levende groene cultuurhistorie. Laat staan hoe concreet die plekken en de daar nu nog aanwezige bomen en struiken in de toekomst te behouden

Nog authentieke, inheemse genenbronnen

Tilburg heeft ook bomen en struiken die qua genetisch materiaal nog heel oud, bijzonder en authentiek zijn. Zo is de huidige Lindedrie-eenheid op de Heuvel bijzonder vanwege het eeuwenoude genetische materiaal nog van de oude Lindeboom, qua oorsprong zelfs nog verwijzend naar de abdij van Tongerlo. En in deze sfeer heeft Tilburg nog veel meer waardevolle bomen en struiken die qua genetisch materiaal nog oorspronkelijk en inheems zijn, hier van oudsher al groeiden. Maar hoe zal het ze in de toekomst vergaan? Een hele oude sleedoorn moest onlangs in de Bokhamer weer het veld ruimen voor bouwplannen. Het was de laatste met zekerheid origineel inheemse die ik in Tilburg kende, nadat eerder bij de Veestraat een op 18de eeuwse kaarten al aangegeven oude heg was gesloopt. Gezien de praktijk in Tilburg is bijzondere aandacht voor nog authentiek inheems genetisch materiaal hard nodig. Maar helaas, we lezen in de nota ‘Biodiversiteit’ zelfs niet dat dit eerst eens goed geïnventariseerd zou moeten worden.

Concrete gegevens

Door het achterwege blijven van inventarisatie en onderzoek ontbreken de voor het samenstellen van een nota noodzakelijke gegevens. Gelukkig is er in de stad een hoop kennis aanwezig bij diverse personen. Maar zij zijn niet geraadpleegd? In elk geval vinden we concreet van hun kennis weinig terug in de nota. Wat mij betreft staat er onder de nota "met dank aan Henk Kuiper", maar men heeft mij echt niet speciaal bij het samenstellen van die nota betrokken. Ik ben uit eigen beweging met een paar basale, fundamentele opmerkingen over de hele nota naar de gemeente gestapt. En dat daar nou erg veel mee gedaan is?

Ideeën

Met name voor het stedelijk gebied zijn er allerlei mogelijkheden en ideeën om de biodiversiteit te bevorderen. Het toepassen van bijvoorbeeld andere soorten verharding en bestrating, het minder intensief maaien van randen van gazons of het meer tolereren van ook andere soorten tussen monotone haagjes met alleen Spaanse aak of beuk.
Een idee dat serieuze aandacht verdient is ook om verspreid over de stad plekken strikt te bestemmen tot afgesloten stadsnatuurreservaat waar de natuur in de bebouwde kom dan toch zelf helemaal zijn gang mag gaan. Op kleinere schaal kunnen o.a. boomspiegels, taluds en overhoeken ook veel meer een natuurbestemming krijgen. Maar van al dat soort ideeën over stadsnatuur is er voor Tilburg in de nota niet één uitgewerkt..

klik hier door naar deel 5