Geplaatst

Eenmaal ergens gevestigd zult u waarschijnlijk, ook al verandert er van alles in uw omgeving, niet meteen verhuizen. In de dierenwereld zien we precies hetzelfde. Tilburg kent frappante voorbeelden van trouw blijven aan het territorium.

Toen ik in 1979 in Tilburg Noord aan het avontuur ‘Huttonia’ begon, liepen daar bijvoorbeeld tot mijn stomme verbazing nog altijd patrijzen rond. Deze akkervogels zaten hier oorspronkelijk in de akkers van het oude boerengehucht ‘Stokhasselt’.
Maar ondanks de stadsuitbreiding waren ze gewoon tussen de huizen nog blijven zitten! Er zaten toen zelfs nog patrijzen tussen de Watertoren en de huidige Westpointtoren!

In het Wilhelminapark hadden we tot vorig jaar iets vergelijkbaars. De daar broedende roeken hadden oorspronkelijk vanuit hun nestbomen direct zicht op de ‘Groene Long’ en andere agrarische relicten nog waar ze hun voedsel zochten. Maar steeds meer werd hun voedselgebied volgebouwd. Toch bleven deze voormalige plattelandsvogels broeden in dit stadspark. Pas dit jaar lieten ze voor het eerst verstek gaan toen ook nog eens de belangrijkste nestboom omwaaide.

Onwaarschijnlijke taferelen zag je ook in de Reeshof toen daar de weilanden moesten wijken voor woningbouw. Tussen de huizen bleven daar toen de graspiepers gewoon zingen alsof het nog altijd een weidelandschap was. En ’s nachts hoorde je in de trektijd nog jarenlang bosruiters, groenpootruiters en andere steltlopers die kennelijk niet snapten waar nou toch die vloeivelden ineens waren gebleven. Buitengewoon bont maakten het ook de kieviten.
Deze weidevogel was daar even een stadsvogel. Die kieviten leken de huizen als een soort fata morgana te beschouwen, leken te denken ‘het zal daar morgen wel weer gewoon weiland zijn, we blijven zitten waar we zitten’.

In de Bisschop Zwijsenstraat zag je dit jaar iets dergelijks bij het kleinste vogeltje van Nederland. Dit naaldhoutbeestje  – het goudhaantje – had daar zijn territorium in een paar grote tuinen. Maar daar moet nu het moderne park komen bij het Factorium. Dus werden daar pas bijna alle bomen gekapt, waaronder alle sparren van het goudhaantje. Het beestje echter scheen het weken later nog steeds niet te beseffen, scheen nog steeds te denken dat die bomen de volgende dag wel weer teruggezet zouden worden. "Tsie tsie tsie", zo bleef het in een laatste vooralsnog gespaarde cipres piepen en roepen. Vrij vertaald zal dit wel zoiets betekenen als ‘hé, wat is hier nou toch gebeurd’.

Het lijken buitengewone staaltjes van territoriumtrouw, maar bij ons zelf zien we natuurlijk precies hetzelfde. "Het blijft een park waar kinderen hutten kunnen bouwen", zo werden de bewoners langs het groene Quirijnstoktracé voorgelicht over plannen omtrent "wonen in het groen". Maar uiteindelijk werden zelfs die hutbomen met hut en al gesloopt. De bewoners die hier altijd in het groen woonden raakten het groen juist kwijt. Maar ook mensen hebben dan toch duidelijk niet meteen de neiging om hun territorium te verlaten. Extra reden om die territoria van ons mensen niet onnodig aan te tasten. Want ook wij blijven daar vaak zo lang mogelijk toch zitten.

Voor overzicht per onderwerp van eerdere en latere stukjes zie weblogoverzicht.