Geplaatst

Een nieuw Tilburgs sprookje.

Lang geleden woonde er aan de noordkant van Tilburg een primitief volkje in het land Notonia. Hun economie stond op een buitengewoon laag pitje. Ja, de hele bevolking was werkeloos.
En in het hele land was zelfs niemand die zich daar druk over maakte, laat staan zich de ernst van de situatie bewust was. Integendeel, de mensen vonden het prima zo. Ze dankten in een primitief soort geloof dagelijks hun god Notan die ze beschouwden als de gulle schenker van de nootjes en de notenbomen waarvan ze leefden. Ook appels en wat er ter plekke verder onder en tussen de bomen voedsel verschafte beleefden ze in een primitieve tevredenheid als de zegeningen van Notan. Ja, dat was nog het ergste: de mensen waren met hun zielige toestand nog tevreden ook. Als er een boom omwaaide bouwden ze daarvan weer een eenvoudig hutje. Zelfs koningin Notabenia had geen enkele behoefte aan een paleis. Alleen een paar "Notabenedictijnen" woonden in een klooster. Maar ook daar zeiden ze voortdurend tegen elkaar: "Besteed geen tijd aan malligheid".
En daarbij doelden ze dan op het buurland Mallonië.

Ja, in Mallonië was het wel even anders. Daar liep geen mens werkeloos rond. Er was een bloeiende economie die elk jaar met meerdere procenten nog groeide. Midden door het land liep een grote weg. Daarlangs lag ook de hoofdstad, precies op de plek waar de weg een hele scherpe bocht maakte. Voortdurend vlogen daar auto’s uit de bocht. En dus kwam er een groot garagebedrijf, een autosloopbedrijf, een fabriek voor compleet nieuwe auto’s, een ziekenhuis, allerlei bedrijven voor apparatuur, bedden, medicijnen, een bouwbedrijf, een restaurant, een psychiatrische inrichting. Kortom de economie groeide en bloeide. Er kwam zelfs een universiteit waar men economie kon studeren.

In het primitieve buurland echter zeiden de mensen alleen maar: "Jullie moeten die bocht eens uit de weg halen". Maar in Mallonië moesten de net opgeleide economen daar alleen maar hartelijk om lachen. "Nee", riepen ze "er moeten juist nog méér bochten in die weg komen". En zo geschiedde. De Malloniërs gingen overal grote gaten graven in hun land om daar zand uit te halen voor extra bochten in de weg. Om die gegraven gaten weer te dichten groeven ze elders weer andere gaten. De zo ontstane nieuwe gaten werden dan weer gevuld met zand uit gaten die verderop weer werden gegraven. Enzovoort. Het ging met de werkgelegenheid zó goed dat er zelfs werknemers uit het buitenland moesten worden aangetrokken.  

Toch dreigde de economische groei te stagneren. Maar toen bedacht men om overal de bestaande gebouwen af te breken en te vervangen door kwalitatief zoveel mindere gebouwen dat die al na een paar jaar ook weer konden worden vervangen. "Herstel van de economie", zo juichte men, "in het bijzonder de sector slopen/bouwen". Maar even later dreigde toch weer economische teruggang, doordat met name in de levensmiddelenindustrie de groei toch achterbleef. Dus kwamen er in het hele land grote borden met de aansporing om minstens drie keer zoveel te eten. En er kwam een hele industrie met producten om daarbij tegelijk tóch slank te blijven. Maar ook de niet eetbare producten moesten veel meer worden gekocht en sneller weer worden ‘uitgepoept’, ‘uitgekotst’ en weggegooid. Omwille van die consumptieboodschap trokken speciale kooppredikers langs de huizen en werden enorme koopgothische kathedralen gebouwd. "Koop, koop, koop", zo werd overal geroepen, geschreeuwd en verkondigd. Er werd zelfs een plan bedacht voor een ultra-gigantisch Malloniaans koopwalhalla. "Goed voor 2500 nieuwe banen", zo schreven de kranten!
Maar het hele land was al volgebouwd. Dus moest dit consumptieparadijs verrijzen in Notonia.
Om op te roepen tot meer tevredenheid in plaats van eindeloze consumptie bouwde toen een Notoniaan in Mallonië een heel klein hutje met daarbij een notenboom. Het hele land stond toen op zijn kop. Nee, dit kon toch echt niet. Het hutje werd in brand gestoken en vervolgens nog eens tot vier keer toe afgebroken. Zelfs de notenboom werd als zijnde een gevaar voor de economie gekapt. "De door u gekozen vorm van huisvesting zal waar dan ook niet worden getolereerd", zo liet de Malloniaanse regering in een officiële brief weten. Een paar dagen later ontving de regering van Mallonië een brief met de reactie. "Moeten wij dan in ons land wel zo’n gigantisch koopcentrum tolereren?"
Wordt vervolgd.

Voor overzicht per onderwerp van eerdere en latere stukjes zie weblogoverzicht.

Reacties

3 reacties op “Mallonië”

  1. een verbouwereerde b avatar
    een verbouwereerde b

    awel kuipers henk bedoelt gij hiermee de aanstaande schisma tussen Walloni

  2. Henk avatar
    Henk

    Wie zijt gij? Herken ik in uw taalgebruik een Bourgondisch dichter die ik onlangs nog ontmoette? Maar wat dat sprookske betreft, ge moogt dat duiden zoals ge wilt h

  3. ............. avatar
    ………….

    dichterlijk en bourgondisch is het taalgebruik zeker niet
    eerder ABB en mager