Geplaatst

We lossen het samen wel op

Roken. Hoewel ik het zelf jaren heb gedaan, is het natuurlijk een vunzige gewoonte. Uiterst vunzig. Dat wil niet zeggen dat ik hier ga beweren dat ik het opsteken van een peuk definitief heb afgezworen; die fout heb ik hier eerder gemaakt. Toch ben ik erg blij dat ik vier maanden geleden vooralsnog de laatste heb opgestoken.Dat ík met roken ben gestopt, wil niet zeggen dat iedereen ermee op moet houden. Dat is een denkfout die veel ex-rokers maken. Ik ben dan ook geen voorstander van dat vreselijke beleid van minister Klink, dat resulteerde in een rookverbod in de horeca per 1 juli aanstaande. Het wordt dan ook tijd voor een klein statement hiertegen. En dat heeft geresulteerd in de foto die u bij deze bijdrage aantreft. Hierop schud ik de hand van onze gewaardeerde oud-nachtburgemeester en verstokte roker René van Densen (links op de foto, voor zover u dat nog niet in de gaten had). Mijn adhesiebetuiging met mensen die het slachtoffer zijn van deze ongebreidelde vorm van betutteling. ‘Waar is de tijd gebleven dat we zeiden: Roken, we lossen het samen wel op?’, verzuchtte Van Densen geheel terecht tegen mij, afgelopen donderdag tijdens onze bijna wekelijkse ontmoeting in een kroeg op de Korte Heuvel. Inderdaad, die tijd lijkt ineens heel ver weg. Ab Klink, bedankt! Je kunt trots zijn op jezelf.

Reacties

2 reacties op “We lossen het samen wel op”

  1. Louis Kouwenhoven avatar
    Louis Kouwenhoven

    Geachte heer Van der Burg, roken is gewoon slecht. Onbegrijpelijk dat u het op deze plek opneemt voor de stinkende medemensch! Desondanks met vriendelijke groet, Louis Kouwenhoven.

  2. paul van est avatar
    paul van est

    Beste Louis Kouwenhoven,

    Een rooker is ook maar een mensch van vleesch en bloed, dat somtijds kruipt waar het niet zou moeten. Wel benieuwt mij, of de niet-horeca-bezoekende medemensch tegen deze extra CO2-uitstoot rondom met name onze onvolpreezen Heuvel in het geweer zal komen. Om over die vermaledijde peukenbende nog maar te zwijgen.

    Met vriendelijke groeten, Paul van Est