Geplaatst

De Eneco Tour van dit jaar was het gelijk van de neeschudders…Gisteren woonde ik in Etten-Leur de slottijdrit van de Eneco Tour oftewel de Ronde van de Benelux bij.
Nu is een tijdrit niet het meest spectaculaire kijkspel, maar je ziet alle renners wel één voor één duidelijk langskomen in plaats van voorbijflitsen in een jagend peloton.

Vanaf het terras van Herberg Het Witte Paard, waar je je voor 23 Euro ongans kunt eten aan drie gangen maaltijden met gratis grote kannen water en manden met complete stokbroden erin, aanschouwde ik dan ook een défilé van wielerhelden van gisteren, vandaag en morgen.

Want sommigen mogen wij toch langzamerhand wielerhelden van gisteren noemen. Ze rijden nog wel mee, maar hun glorietijd is voorbij.
De passerende Fabio Baldato wakkerde bij mij een vaag “oh ja”-gevoel aan. Of een “ja, nou je het zegt”-gevoel. Iets met Touretappes inderdaad, zoals de speaker meldde.
Ook passeerde Gianluca Bortolami, wiens erelijst toch ook wat begint te vergelen.
En dan natuurlijk de langzaam maar zeker in de uitslagen wegzakkende Erik Zabel, wier twééde plaatsen zelfs al schaars beginnen te worden.
Zabel was jarenlang een winnaar van alle seizoenen. Maar de overwinningen werden steeds kleinere overwinningen en uiteindelijk vooral ereplaatsen. Begin dit seizoen won hij nog de Henninger Turm. “Die haalt ie uit het eelt van zijn kleine teen!” typeerde Mart Smeets deze zuurverdiende zege treffend.

Nu weet je het met Zabel maar nooit. De man is zo onverzettelijk dat er wellicht nog wel meer opflakkeringen in zitten. Een tweede carrière à la Guido Bontempi, die na het afbotten van zijn sprint nog diverse koersen met slimme ontsnappingen won, is misschien een mogelijkheid voor deze altruïstische grootheid.

Maar je mag niet het uiterste blijven verlangen van een renner. De Erik Dekker van nu is ook de Erik Dekker van begin deze eeuw niet meer.
Dat is geen schande. Dat is gewoon vader tijd. Met behulp van een lange waslijst aan blessures waarvan Dekker telkens maar weer moest herstellen.

Gisteren zag ik hem in de Ronde van de Benelux live tweede worden. Hij moest in de tijdrit iets van 31. 37 halen om de ronde te kunnen winnen.
Maar, de opzwepende teksten van de speaker ten spijt, bleef Dekker te lang uit zicht van de finish om dat te kunnen halen.
De kenners begonnen al hun hoofden te schudden, waar de leken nog hoop hielden.
Maar hij kwam ruim twintig seconden tekort.

“Tweede is ook mooi” zeg je dan. En dat is ook mooi. Mooie versteviging van Dekker’s erelijst ook binnen deze ronde, die hij reeds drie keer won en waarin hij nu voor de vierde keer tweede werd.
Maar er was een tijd waarin Erik Dekker zo’n koers in zo’n situatie gegarandeerd won.
Je hoopt maar dat die tijd nog eens terugkomt. Of dat hij tijdens het WK en de najaarsklassiekers alsnog kan pieken.

Maar ik weet niet wat je nog hopen mag. Het neeschudden van de kenners in Etten-Leur had iets berustends. Behalve “Dat haalt ie niet” leek het ook te betekenen “Het is mooi geweest”.

Het is ook heel mooi geweest voor wat Erik Dekker betreft. Ondanks vele blessures en een langzame start in het profpeloton fietste Dekker een palmares bijeen dat hem een zeer prominente plaats in de Nederlandse wielercanon verschaft.

Maar ja, je bent voor menige supporter zo goed als je laatste overwinning. En Dekker heeft nog een paar maanden de tijd om zijn zegenloze seizoen wat op te leuken.
Of het volgend seizoen om dit seizoen te doen vergeten. En om de neeschudders in Etten-Leur te doen vergeten hoe hard ze nee stonden te schudden.
Eén grote zegen is daartoe genoeg. En waarschijnlijk ook het maximaal haalbare. Maar ik houd er ernstig rekening mee dat ik gisteren in Etten-Leur de bevestiging van het einde van een tijdperk gezien heb.