Geplaatst

Als de Tour voorbij is neemt het aantal wielertoeristen langs de weg voor heel even opzienbarend toe. Zo is het ook met de leeshonger omtrent alles wat over wielrennen gaat.Als trouwe Tourvolger mag ik dezer dagen graag de wielerboeken uit mijn collectie ter hand nemen. Zo werkt dat; die Tour neemt nu eenmaal een prominente plaats in je gedachten in en dan krijg je automatisch die leeshonger.
Daar ik mijn wielerlectuur echter tot in den treure ken ging ik websurfen en kwam ik uit bij de wielersite.

Deze site is zonder meer een virtuele encyclopedie. De palmaressen van alle groten der aarden tot aan de meest obscure renners ooit (zoals Henri Kempeneers, in 1953 winnaar te Jeuk) staan op deze site vermeld.

Daar ik de c.v.’s van onze grootheden al wel ken, besloot ik eens obscuur te beginnen bij Nêerlands beste kermiscoureur ooit: Richard Bukacki. Deze veelvuldige criteriumwinnaar bleek naast overwinningen in Putte-Mechelen, Knesselare (tot twee keer toe maar liefst) en de Grand Prix Sint Niklaas ook ooit de proloog van Parijs-Nice te hebben gewonnen. Verrassend.
Nog verrassender waren echter de c.v’s van verschillende ploegmaats van Bukacki. Zo blijkt Bukacki de ploeg gedeeld te hebben met Frans Melckenbeeck die in 1963 Luik-Bastenaken-Luik en een Touretappe won en in 1964 de Omloop Het Volk.
En met Albert van Damme, die zeven maal Belgisch kampioen cyclocross werd en in 1974 zelfs wereldkampioen in deze discipline.
En dan zat Bukacki ook nog in de ploeg met Leopold van den Neste, die in 1966 zes ritten in de Ronde van Portugal won en in 1968 twee ritten in de ronde van de l’Oise.

En zo gaat het bij vrijwel elke Belgische wielrenner die je op deze site aanklikt. Ze hebben vrijwel altijd klassiekers, semiklassiekers, rittenkoersen of dan wel minstens etappes in rittenkoersen gewonnen.

Maar het is ondankbaar om een Belgische wielervedette te zijn. Het palmares van Eddy Merckx steekt immers zo ver boven alles en iedereen uit, dat de rest er bij in het niet valt.
Maar dat maakt het surfen op deze site niet minder heerlijk. Willekeurige renners en ploegen aanklikkend schaats je kriskras door de wereldwijde wielerhistorie heen.
Voorlopig vergaap ik mij voornamelijk aan het hoofdstuk België; dat alleen al is oneindig omvangrijk.
Zo stuitte ik op de renner met de fascinerende naam Arthur De Cabooter, bijgenaamd ‘El Torro’. Zijn bonkige postuur en zijn dikke stierennek doen de oorsprong van zijn bijnaam vermoeden.
De Cabooter won de Ronde van Vlaanderen als amateur, als onafhankelijke èn als prof, won drie ritten in de Vuelta èn het puntenklassement, de E3-prijs, Kuurne-Brussel-Kuurne, de Omloop Het Volk en Dwars door België.
Binnen de Belgische wielerhistorie hoor je dan nèt binnen de middenmoot. Maar ware er een Top 100 verschenen van de beste Belgische wielrenners ooit zoals Jean Nelissen er een over het Nederlandse wielrennen schreef, dan was De Cabooter waarschijnlijk niet in die Top 100 voorgekomen.

Evenmin als Richard Depoorter (tweevoudig winnaar van Luik-Bastenaken-Luik), Wilfried Wesemael (winnaar Ronde van Zwitserland), Tony Houbrechts (winnaar van vier rittenkoersen, waaronder de Ronde van Andalusië en de Tirreno Adriatico) of Eric van Lancker (etappewinnaar in de Giro, winnaar Amstel Gold Race en Luik-Bastenaken-Luik).
Gelukkig komt die Top 100 er waarschijnlijk nooit, het is onbegonnen werk om een rangorde aan te brengen in de oneindig lange galerij der groten die na Eddy Merckx volgt.
Het is ook overbodig. De wielersite herbergt de hele historie reeds. De wielersite staat garant voor een schier eindeloze tocht door heel deze historie. En iedereen kan zelf de route voor deze tocht bepalen. Je raakt er derhalve nooit op uitgekeken. Ook niet als de Tour de France alweer uit je systeem is.