Geplaatst

Jasper voelde zich beter na zijn fietstochtje, maar wel nog een beetje duizelig. Hij ritste zijn jas open en schrok van de kleverige rode stropdas die hij leek te dragen over zijn nieuwe shirt, en hij was blij dat zijn moeder nog niet thuis was. Ze zou woest zijn. Niet alleen over dat bebloede shirt, maar vooral omdat hij op het schoolplein gevochten had.

Hij schrok pas echt toen hij zijn gezicht in de halspiegel zag. Overal bloed.
In de badkamer spoelde hij – voorzichtig, want zijn neus deed onwijs veel pijn – zijn gezicht af.
Zonder al dat bloed zag het er gelukkig een heel stuk beter uit. Bijna alsof er niks gebeurd was. Maar zijn shirt! Fonkelnieuw. Duur, en daarom bijna niet gekregen. Er zat maar één ding op. Hij moest gauw het bloed eruit wassen voordat mam het zag. En hoe moeilijk kon dat zijn?
Hij schoot snel in een oud t-shirt en nam het bebloede shirt en zijn jack, dat ook onder het bloed zat, mee naar beneden, naar de keuken.
De wasmachine: normaal gesproken zag hij het ding niet eens staan. Nu moest hij hem bestuderen, waar de aanknop zat, bijvoorbeeld. En hoe er water in kwam. En moest er ook zeep in of zou goed uitspoelen genoeg zijn? En wat voor zeep dan? Wasmiddel natuurlijk. Waar stond dat?
Hij rommelde door het gootsteenkastje maar vond niks wat op wasmiddel leek en uiteindelijk spoot hij wat afwasmiddel op zijn shirt en zijn jack, opende de ronde klep voorop de machine, propte de kleding in de trommel en sloot de klep weer. Hij koos de knop waarop ‘bonte was’ stond. Zijn shirt en zijn jack waren tenslotte gekleurd. Gespannen tuurde hij door de laadklep en opgelucht hoorde hij hoe er water begon te lopen. Even later kwam de trommel in beweging. Kijk eens aan. Een kind kon de was inderdaad doen…
De timer sprong op 79 minuten.
Deed dat stomme ding meer dan een uur over het uitspoelen van een bloedvlekje? Maar mam kwam over een kwartier al thuis! Er zat maar één ding op. Stopzetten die boel en toch maar gewoon even onder de kraan met dat shirt.
Maar er zat dus mooi geen knop met ‘stop’ op die suffe machine, alleen eentje met ‘herstel’. Die dan maar?  Hij drukte er op en het water stopte met ruisen en de trommel hield op te draaien. Mooi.
Hij rukte de klep open en meteen stroomde er soppig water over zijn voeten. Binnen de kortste keren stond de keuken blank en even was Jasper bang dat het water niet meer zou stoppen. Maar het was alleen de trommel die leegliep, gelukkig. Niet dat daar trouwens niet onwijs veel water in had gezeten. Hoe was het mogelijk, in die dertig seconden dat dat ding had aangestaan?
Maar wat nu? Hij rukte de druipende kleren uit de machine en gooide ze in de gootsteen.
Hij trok alle keukenhanddoeken uit de kast en drapeerde ze op de grond, waar ze een veelkleurige drassige bodem vormden.
Zo moest het maar even. Eerst die vlekken uit zijn kleren spoelen, dan proberen de vloer droog te krijgen en daarna zijn schoenen en sokken uittrekken om ze te laten drogen.
Zijn neus deed pijn en toen hij er voorzichtig aan voelde kwam zijn hand rood terug. Shit. Het bleef maar bloeden. En de hele linkerkant van zijn gezicht leek wel twee keer zo groot. Hij liep naar de hal en keek weer in de spiegel. Zijn neus bloedde nog steeds en zijn gezicht was opgezet en donkerblauw. Jemig, wat zag dat er uit. Wat kon hij daar tegen doen? Iets kouds erop. Dat deden ze altijd in films.
De vriezer bood alleen een zak erwtjes. Die drapeerde hij over zijn neus en over de linkerkant van zijn gezicht. Hij moest zijn hoofd achterover houden om te zorgen dat de zak er niet afgleed, dus het was niet zo vreemd dat hij een paar kopjes van het aanrecht veegde toen hij min of meer op de tast zijn shirt wilde gaan uitspoelen. Jasper vloekte. Alsof hij nog niet genoeg te doen had!
En toen hoorde hij tot overmaat van ramp de keukendeur opengaan.
En zo gek, maar wat hij verwacht had – kwaadheid, bezorgdheid – nee dus. Althans niet meteen. Zijn moeders lach knalde los en kaatste tegen de tegels van de keuken terug. Jasper zag hoe ze met haar mobiel foto’s maakte van de toestand van zijn gezicht en van de keuken.
Maar toen hij – beledigd – had verteld hoe het allemaal zo gekomen was, kwam die kwaadheid natuurlijk alsnog. En hij moest het allemaal alleen opdweilen, en de handdoeken wassen. Bezorgdheid kwam ook wel, al was het laat. Maar nog een keer zo’n vet duur shirt, dat kon hij wel vergeten.