Geplaatst

Het ging buiten van ka-BOEM en Pepijn, die met zijn gameboy aan de keukentafel zat, schrok op en verloor meteen een leven.
‘Shit,’ mompelde hij en keek toen snel naar Johan, die met de avondkrant en een pilsje naast hem zat, maar die trok alleen zijn wenkbrauwen op.De haldeur vloog open en Pepijns moeder stormde binnen.
‘Zitten jullie hier?’ zei ze. Ze woelde met haar hand door Pepijns haar en gaf Johan een zoen. Haar gezicht glom en haar haren piekten om haar gezicht.
‘Pilsje?’ vroeg Johan, maar ze schudde ongeduldig haar hoofd. ‘Ik moet de hele bovenverdieping nog schoonmaken. We krijgen logees, of was je dat soms vergeten?’
‘Nee,’ zei Johan geduldig. ‘Ik help je morgen wel met dat schoonmaken. Ga nou even zitten.’
‘Morgen ben jij de hele dag weg. Als ik het nu niet doe komt het er niet van.’
‘Het is schoon genoeg,’ zei Johan.
‘Ja, dat is makkelijk, zo kan ik het ook.’
Ze griste driftig een emmer en wat flessen schoonmaakmiddel uit het gootsteenkastje en verdween met een hoop kaboem naar boven. Pepijn kromp in elkaar bij elke boze bonk op de trap en keek naar Johan, maar die sloeg onverstoorbaar een blad om en keek pas op toen de buitendeur openging en Maik naar binnen stapte. Hij was nog niet binnen of Johan snoof nadrukkelijk en vroeg: ‘Waar ben jij in vredesnaam geweest? Je ruft naar rook.’
Maik zei: ‘Dat hoef ik jou niet te vertellen.’
Hij liet zijn tas van zijn schouder op de grond zakken, en de tas viel om en spuugde een kleurige buis uit, die kletterend over de tegels rolde.
‘A-HA,’ riep Johan met galmende stem en opgeheven vinger. Hij stond op, kneep het bierdopje vast met zijn linkeroog, stak zijn duimen onder de revers van het jasje dat hij niet droeg, zette zijn voet op de buis en zei tegen Pepijn: ‘Een aanwijzing, mijn beste Watson.’
‘Doe niet zo kinderachtig!’
Maik graaide nijdig naar de buis maar Johan rolde hem verder naar zich toe en vroeg: ‘Hoe kom jij aan dat spul?’
‘Bemoei je er niet mee. Je bent mijn vader niet.’
‘Ach nee,’ zei Johan onverschillig. ‘Dat is ook zo, dat vergeet ik steeds.’ Hij ging weer zitten, bladerde in zijn krant en rolde het vuurwerk heen en weer onder zijn voet. ‘En je vader vindt het natuurlijk prima dat jij jezelf verminkt.’
‘Ik vermink mezelf heus niet…’
Maar Johan onderbrak hem. ‘Nee, nee, ik meen het. Wat zeur ik ook? De dokters zijn zo knap tegenwoordig. En als het allemaal toch niet meer goed komt, nou, mondschilderen is vast een heel bevredigende hobby.’
Pepijn lag nu onder de tafel van het lachen. ‘Behalve als je vuurwerk in je gezicht ontploft,’ wist hij uit te brengen.
‘Ja, dan weet ik het ook even niet, wat je dan moet,’ zei Johan. ‘Maar je vader wil je vast wel voeren en wassen en helpen met plassen.’
‘Ha ha,’ zei Maik. Hij trok het vuurwerk onder Johans schoen uit, stopte het in zijn tas en zei kortaf: ‘Ik kijk heus wel uit. Ik ben niet achterlijk.’
‘Niet?’ vroeg Johan. Hij hield hem de krant voor. ‘Wat voor datum is het vandaag?’
Maiks ogen zochten. ’27 december. Nou en?’
‘En hoe oud ben jij?
‘Veertien,’ gaf Maik onwillig toe. Want Pepijn zag wel dat hij nu doorhad waar het heen ging.
‘Juist,’ zei Johan. Hij wees naar het prikbord.
‘En kun je dat ook lezen?’
Pepijn keek naar de vuurwerkfolder die daar al een maand hing. Minimaal zestien jaar. Pas op 29 december.
Maik rukte zwijgend de haldeur open en Pepijn hoorde hem met een hoop kaboem de trap op stormen, en daarna de klap van zijn kamerdeur.
Johan stond op en pakte een nieuw pilsje uit de koelkast.
‘De feestdagen,’ zei hij terwijl hij weer aan tafel ging zitten en de dop eraf wipte met de opener. ‘Die vier je met het hele gezin en met familie. Maar er valt ook wel wat leuks over te zeggen, natuurlijk.’
Hij gaf Pepijn een vette knipoog en voegde er aan toe: ‘Als je heeeeel lang nadenkt.’