Geplaatst

Collaboratie -2

Vreemd eigenlijk. In 1944 en 1945 waren de Amerikanen wél bevrijders, in verschillende dorpen en steden worden er tot op vandaag jaarlijks bevrijdingsfeesten georganiseerd. Bevrijdingsfeesten, geen bezettingsfeesten. Daar bestaat niet de minste twijfel over.

Mensen voelen het verschil tussen beide termen haarscherp aan. Dat verschil onder woorden brengen is minder gemakkelijk. Toch denk ik dat de bevrijder macht ontmantelt, ontrafelt, ze uit handen geeft, terwijl de bezetter ze verzamelt en koestert. De bevrijder gelooft in de creativiteit die uit afwezigheid van macht voortvloeit. De bezetter heeft diezelfde macht dan weer nodig om een oogwenk zijn eigen sterfelijkheid te vergeten. Zonder verdrukten om zich heen twijfelt hij aan zichzelf, wellicht geheel en al terecht.

Maar rauwe machtsuitoefening heeft ook zware gevolgen voor de slachtoffers ervan. Die zijn helaas niet altijd sympathiek. Soms wel natuurlijk. Slachtoffers van machtsuitoefening kunnen reageren door solidair te zijn. Maar solidariteit ligt niet voor de hand. Kiezen voor de mensen en voor de vrijheid betekent dat het eigen hachje niet langer op de eerste plaats komt. En ook het grote gelijk moet af en toe wijken. Christenen, humanisten, communisten, joden sluiten een verbond. God of Marx glanzen heel even wat minder wanneer de menselijke waardigheid en vrijheid algehele solidariteit vereisen. Niet eenvoudig. Doorgaans kan het eigen gelijk solieder worden onderbouwd dan die gekke solidariteit. Want ze is vaag, van vlees en bloed, kwetsbaar, uitnodigend doch onzeker.

Maar neem nu dat er echt solidariteit ontstaat, en dat de situatie hopeloos lijkt. Waar liggen dan de grenzen van het verzet? Ik vrees dat ze tergend langzaam opschuiven. Op een blauwe maandag vormt de pop zich om tot vlinder, heet het verzet opeens terreur. En al is terreur af en toe het wapen van de fanaticus, van de geïllumineerde, van de fundamentalist, zij kan ook de laatste uitweg zijn voor wie door brute macht elke waardigheid is ontnomen. Zelfs dan is zij wellicht doorgaans niet terecht. Wellicht, doorgaans. Ik voel enige aarzeling om onomwonden altijd te zeggen. In elk geval is er een verschil tussen de redelozen en de radelozen. Wie dat niet wil zien en elke terrorist als een gestoorde omschrijft, opteert op schuldige wijze voor een al te gemakkelijke wereld.

Brute macht brengt slachtoffers helaas tot terreur. Maar er is nog een gruwelijker reactie mogelijk. Collaboratie. Je collabore, donc je suis.

Natuurlijk zijn er soms verzachtende omstandigheden. In zijn boek The Good Doctor beschrijft Damon Galgut hoe een Zuid-Afrikaans arts door zijn legeroversten met een gemartelde gevangene wordt geconfronteerd. Gaat hij dood? Wel als hij onder zware druk wordt gezet, antwoordt de arts. De overste is tevreden: "Dus als wij het voorzichtig aan doen…?"

Hoe kan je op zulk een ogenblik collaboratie vermijden? Ik zou het niet weten.

Maar meestal komt collaboratie veel eenvoudiger tot stand. In koelen bloede. Zij lijkt de enige redelijke oplossing die zich in de gegeven omstandigheden aandient. De argumentatie is glashelder. Een andere keuze zou voor elk goed huisvader moreel onverantwoord zijn.

Collaboratie is: de plicht om op de eerste plaats aan zijn gezin te denken. De wetenschap dat het vorige regime evenmin deugde. De noodzaak om de dialoog open te houden om erger te voorkomen. Het diepgewortelde ethische besef dat geweld te allen prijze moet worden vermeden.

Collaboratie hult rauw geweld is een maatpak met keurige das. Verleent het fatsoen.
Terreur is een doodlopend spoor.
Collaboratie is de totale ontsporing.

Rik Torfs