Geplaatst

Hoe wij denken over sterven en dood, blijkt steeds opnieuw cultureel bepaald. Het overlijden van de Amerikaanse Terri Schiavo  in 2005, vijftien jaar na haar zware hersenbeschadiging, kan als voorbeeld dienen. Haar verscheiden door de verwijdering van de voedingsonde waarmee ze in leven werd gehouden, trok wereldwijd aandacht. En bood, zo kunnen we achteraf vaststellen, inzicht in de cultuurverschillen rond de thema’s leven en dood.

Want  wie lag er eigenlijk in dat bed? Michael Schiavo zag zijn vrouw, die dood wilde maar dat zelf niet meer kon zeggen. Haar ouders zagen hun dochter die nog steeds in leven was en ondanks haar deplorabele toestand bleef vechten. Haar artsen zagen een patiënte die onomkeerbare  hersenbeschadigingen had opgelopen en zinloos in leven werd gehouden. Christelijke pro-life-demonstranten zagen de lijdende Christus die geen water meer kreeg (‘Voorwaar ik zeg u, inzoverre gij dit aan een van mijn minste broeders hebt gedaan, hebt gij het Mij gedaan.’) De kranten en televisie zagen de zwijgende hoofdpersoon van een mediageniek familiedrama met alle ingrediënten: liefde, haat, ruzie, overspel(?), veel geld, veel emoties en veel lijden. De president van de Verenigde Staten zag een kans om zijn (electoraal bewogen) hart voor de zwakken te tonen.

En wij, aan de andere kant van de oceaan? Het is verbazingwekkend hoe de Nederlandse media zich indertijd hebben laten meeslepen. De bekende Amerikaanse casus van Karen Quinlan uit de jaren zeventig en die van Nancy Cruzan uit de jaren tachtig zijn belangrijk geweest voor de ethische discussie en de juridische regelingen. Dan brengt de ophef  over Terri Schiavo  ons  geen nieuwe inzichten. Of misschien toch wel: dat cultuur een moeilijk grijpbaar fenomeen is dat onlosmakelijk verbonden is met ethiek. Want terwijl we enerzijds massaal naar Amerika kijken omdat we menen een zelfde Westerse cultuur te delen, moeten we anderzijds  constateren dat een oceaan van subtiele (en minder subtiele) verschillen ons scheidt. De Amerikaanse toestanden zoals die rond Terri Schiavo  zijn naar Nederlands aanvoelen  op zijn minst ongepast en van tijd tot tijd zelfs onsmakelijk.

Het begrijpen van andere culturen is  geen eenvoudige zaak. Zeker niet wanneer het gaat om grote thema’s als sterven en dood. Toch zijn deze ook in de zorg een voortdurende bron van verwondering, verbazing en verwarring. Dit aspect verdient dan ook nadere aandacht. Zorginstellingen krijgen steeds vaker te maken met dit zogeheten multiculturele sterven. En staan voor de opgave om patiënten zo nodig te begeleiden naar een waardig overlijden.

Carlo Leget