Geplaatst

Het nut van kansberekening

Achteraf is het gemakkelijk oordelen. Achteraf had de eerste passant die het koffertje zag het gewoon op moeten pakken en het aan iemand van de NS geven met de woorden “Hé, hier is iemand z’n spullen vergeten. Wilt u het bewaren? Mijn trein komt er zo aan.” Zo’n scenario is dermate normaal, dat het zich waarschijnlijk dagelijks ontelbare keren afspeelt op stations op ontelbare plekken in de wereld.

Deze normaliteit ging aan Tilburg voorbij, de ochtend van vrijdag 24 september.

Een koffertje, aan de rand van Perron 1. Je kon je voorstellen hoe het trouw tussen de voeten van zijn eigenaar had gewacht om meegenomen te worden, de trein in. Toen de deuren zich openden, kon de verstrooide eigenaar blijkbaar instappen zonder over het koffertje te struikelen. Het bleef verweesd achter.

Hoe langer iets blijft staan, hoe verdachter het wordt. O, eerst valt het niemand op. Behalve misschien een stille puber in een hoekje, achter de regenpijp, zo’n puistige jongen die nog te verlegen is om wat dan ook tegen wie dan ook te zeggen. En ineens is het of iedereen naar een verlaten koffertje zit te turen. Durft niemand op te staan om alsnog de antiheld van de eerste alinea te worden? Bang erop aangekeken te kunnen worden dat het jouw koffertje is dat daar al zolang overlast staat te geven?

In den beginne verroert niemand zich. Allemaal wachten ze op een ander om het ding op te pakken en bij ‘Gevonden Voorwerpen’ af te leveren. Het koffertje pulseert inmiddels synchroon met de hartslag van eenieder die er ingespannen naar tuurt, hopend dat het iets prijsgeeft over doel of herkomst. Bom-bom, bom-bom, bom-bom. Een enkeling loopt er naar toe, er wel voor zorgend dat zijn lichaamstaal uitschreeuwt dat hij slechts passant is, ‘nee, ik weet ook niet wat het is – ik dacht, ik kom het eens van dichterbij kijken’. Is dit het punt waarop in de zich verzamelende mensen iemand oppert de politie te bellen? Of denkt de meerderheid uit zichzelf en als vanzelf al aan ‘24’, 9/11 of Madrid?

De kans dat de rechtmatige eigenaar van het koffertje niet met een trein is vertrokken, wordt almaar kleiner. Het koffertje zelf lijkt intussen almaar groter te worden. De Schaar van Angst heeft zich wijd geopend; de kans dat de situatie zich normaliseert (“Och, dáár sta je! Ik was je al kwijt…”) verkleint omgekeerd evenredig met de groei van de onzekerheid. Het product van beide grootheden is (p=) 1, de kans dat er iets staat te gebeuren honderd procent. Maar wát staat te gebeuren..?

De politie wordt gebeld. Door iemand op het perron? Door de stationschef? Anno 2010 schrijven protocollen dat laatste ongetwijfeld voor. En de politie vaardigt zijn ‘bomverkenner’ af.

Stel je voor dat je inderdaad ‘bomverkenner’ bent. Je stapt het perron op waar, volgens de melding, een verdacht koffertje staat. Aan jou de keus: mogelijke bom of niet? Je beperkt voor jezelf de keuze onmiddellijk tot die twee: zeg ik wel of zeg ik niet dat dit een bom zou kunnen zijn? Ja ontruimen, nee ontruimen..? Vanaf het moment dat een bomverkenner wordt ingeschakeld, is de kans dat een perron, een station, een halve binnenstad wordt afgegrendeld al 1 op 2 geworden.

Onze bomverkenner valt niets kwalijk te nemen. Beter te hard geblazen dan de mond gebrand. Met veiligheid marchandeer je niet. Hij voelt de volledige verantwoordelijkheid voor het welzijn van al deze mensen, de binnenstad en het korps op zijn schouders drukken. Moet je de wriggelende meute eens horen als er onverhoopt toch een rotje in zit – of vier kilo Semtex, omgord met buisjes Anthrax. (Oeps – laten we zekerheidshalve ook de Spoorlaan schoonvegen.) Wat is nou belangrijker? Je leven of een vertraging van een paar uur? Nou dan!

Vanaf het moment dat een bomverkenner de zaak heeft ‘bevroren’, is de macht aan het protocol. Iedere diender of brandweerman die na zo’n ontruiming alsnog het perron op kloft, het vermaledijde koffertje oppakt en in een vuilcontainer flikkert weet één ding zeker: aan de fijne vlucht die zijn carrière tot dat punt wellicht nam, maakte hij zelf een abrupt einde. Het gaat immers niet aan de inschatting van de bomverkenner, de expert ‘Zeg ik ja of zeg ik nee op de vraag of dit mogelijk een bom zou kunnen zijn..?’ van het korps, in twijfel te trekken.

De brandweer wordt ingezet, de GGD moet maar vast een paar ambulances paraat houden voor onwelwordingen en voor je weet maar nooit. Waarom rijden er nog bussen vlak onder Perron 1 door? Stoppen! Geen risico’s nemen! Op Twitter bieden geinponems aan om zelf even dat koffertje van het perron te komen pakken, geen punt, doen ze graag. Anderen geven een narrig ooggetuigenverslag en voorspellen dat op maatregel zus chaos zo zal volgen.

Je weet als autoriteit ook wel dat ze hoogstwaarschijnlijk gelijk gaan krijgen. Het gelijk van de wallenkant. Maar wat moet je? De EOD is gebeld en dat duurt altijd even. Je zit nu vast. De inleg is te hoog geworden en het publiek te talrijk om de immense inzet terug te schalen en daar een logische verklaring bij te kunnen geven. Een volgende maatregel kan, tot een expert het koffertje veilig heeft geopend en uitsluitsel geeft, alleen maar nóg rigoureuzer zijn. Je bent een gijzelaar van de algemene angst. De algemene angst waarvan je weet dat je haar nu, tegen wil en dank, van voedsel voorziet.

Ten langen leste arriveert de EOD. Dikke pakken, robots die koddig de trap bestijgen en uiteindelijk, o bevrijding, het verlossende woord: het verdachte pakketje bevat geen bom. Wat dan wel? Tja, daarover worden nog geen mededelingen gedaan.

Het zou te ver voeren nu al te vertellen dat er kleurkrijtjes en een verwassen T-shirt in zaten. Of studieboeken en een OV-jaarkaart op naam van iemand met wie een stevig gesprek gevoerd gaat worden. Want diens verstrooidheid heeft Tilburg een paar bange uurtjes en tonnen aan politie-, brandweer-, GGD- en militaire inzet gekost, nog los van de in totaal vele duizenden uren wachttijd van treinreizigers en automobilisten in de binnenstad.

En het publiek? Het verspreidt zich, schamperend over “van onze belastingcenten”, “Belachelijk!” en “Zo’n koffertje breng je toch gewoon naar ‘Gevonden Voorwerpen’?”

Gelukkig is niemand als enige eindverantwoordelijk. Zo’n situatie ontstaat gewoon uit een noodlottige samenloop van omstandigheden, nietwaar? Toch zou het een stuk schelen als we onszelf tot de orde riepen en simpele kansberekening wat vaker haar werk lieten doen. Want zeg eens: hoe groot schat u werkelijk de kans dat Tilburg doelwit is van een aanslag? Vele malen kleiner dan de kans dat anderen, belust op wat spektakel in hun meelijwekkend saaie leventje, koffers op openbare plaatsen gaan laten staan om te bezien wat er nú allemaal weer gaat gebeuren.

Reacties

2 reacties op “Het nut van kansberekening”

  1. Shoarma kijkt liever avatar
    Shoarma kijkt liever

    Volgens mij zaten er krentenbollen in dat koffertje… http://bit.ly/afIFFf

  2. Marielle avatar
    Marielle

    Dankzij alle o zo oplettende reizigers van Spoor 1 op station Tilburg, hun goede kansberekening en het o zo geweldig geregelde openbaar vervoer in deze situatie ben ik 4 uur onderweg geweest van Eindhoven naar Breda.
    Ik noem dat een nieuw record!