Geplaatst

Popmannen en Powervrouwen (Het monster van Van Gijssel)

Beyoncé
Beyoncé

De top van de stadionpop wordt anno 2012 meer dan ooit gedomineerd door vrouwen. Lady Gaga, Beyoncé, Rihanna en Shakira maken de dienst uit, nu een nieuwe generatie popmannen het laat afweten en ‘er even geen nieuwe Prince, Michael Jackson of Robbie Williams voorhanden is.’ Aldus constateert columnist Robert van Gijssel (Volkskrant, 18 november), die vreest dat er in de muziek het afgelopen decennium een ‘vrouwelijk popmonster’ is gecreëerd, dat ‘de mannelijke rockgod heeft opgevreten’: het supersexy icoon, geschapen naar Madonna, dat man noch vrouw naast zich duldt. Ofwel ‘de ongenaakbare vrouw’ die moederziel alleen en slechts gekleed in haar topdesigner’s bikini op het podium ‘paaldanst’, ‘nepneukt’ en ‘seks in de uitverkoop gooit’. Tja, en ga daar als rechtschapen rockgod maar ’s aanstaan! Ergo: alleen deze ‘agressief geëmancipeerde powervrouwen’ zijn nog in staat een vol stadion moeiteloos om hun alom wrijvende vinger(s) te winden. Niet zo zeer met muziek, nee, eerder met ‘knap geregisseerd totaaltheater van mode, stijl, seks, dans en multimedia.’ Geen wonder daarom, dat ‘een vol stadion voor een man alleen niet meer te bewerken is’, meent Van Gijssel.

Vrouwelijk popmonster? Wat een slap seksistisch gelul! En Justin Bieber dan? Dat is toch zeker ook (bijna) een man? Volg het ventje zelf niet zo, maar het zou mij ten zeerste verbazen als hij tijdens zijn knap geregisseerde totaaltheaterspektakel niet ook af en toe zijn kruis betast. In navolging van onder meer Prince, Justin Timberlake, Michael Jackson en Robbie Williams uiteraard, want die mogen dat gewoon. Dit geheel in tegenstelling tot hun vrouwelijke collega’s, die mogen dat als puntje bij paaltje komt klaarblijkelijk nog steeds niet. Da’s het verschil.

Persoonlijk maak ik me dan ook veel meer zorgen om de beeldvorming van critici die er een gewoonte van (blijven) maken om vrouwelijke popartiesten, vooral die aan de top, te objectiveren en te degraderen. Voorbeeld bij uitstek is inderdaad pionier Madonna, die zo’n dertig jaar geleden haar intrede deed in het (toen nog hoofdzakelijk) mannenbolwerk van de muziekindustrie en sindsdien synoniem is geworden voor seks. Toegegeven, seks/-ualiteit was met name in de beginjaren van haar carrière een terugkerend thema, maar haar gehele oeuvre bezien, heeft de dame bepaald meer in haar mars. Hetzelfde geldt trouwens ook voor Lady Gaga, Beyoncé, Rihanna en Shakira, dus waarom al die popdiva’s op een grote hoop gooien? Me dunkt dat er wel degelijk onderlinge verschillen zijn en dat deze powervrouwen stuk voor stuk een klasse apart zijn. Wat uiterlijk en performance betreft, maar vooral ook inhoudelijk en tekstueel gezien. Je moet dan echter wel iets verder willen kijken dan je, uhh…voorbij die bikini, zeg maar.

Helaas is dit alles niet besteed aan de rode dovemansoortjes van critici als Van Gijssel. Zij houden liever hardnekkig vast aan het eeuwenoude, onderdrukkende concept mannen kijken / vrouwen worden bekeken en blijven zich blindstaren op en vastbijten in al dat vrouwelijk schoon. Waarbij in één ruk door gretig gebruik wordt gemaakt van al lang versleten dualismes. Het onderscheid tussen rock en pop, bijvoorbeeld. Daarbij staat de eerste voor typisch mannelijk, dat wil zeggen, actief, kunstzinnig, creatief en subversief. Pop wordt daarentegen meer met het vrouwelijke geassocieerd: passief, commercieel, kunstmatig, oppervlakkig en onbenullig. Voilà het gecreëerde, agressief geëmancipeerde en hoerige popmonster versus de almachtige, immer integere, authentieke rockgod. Kom op nou jongens, wake up and smell the coffee! Gelooft toch zeker geen mens meer!