Tilburgse proefdierenhandelaar Hartelust onder vuur dierenactivisten
geplaatst: 27-02-2009
Gemeente ziet bedrijf graag verdwijnen
Tilburgers Roberto Hartelust en zoon Dennis krijgen de laatste maanden weer volop belangstelling van dierenactivisten. De Anti Dierproeven Coalitie (ADC) heeft het bedrijf van Hartelust aan de Kapelmeesterlaan tot een van haar actiespeerpunten gekozen. Als het aan de ADC ligt gaat het bedrijf dicht. De organisatievoert in België en Nederland vreedzame, legale acties tegen proefdierlaboratoria en hun opdrachtgevers. Ook richten de dierenactivisten zich op de handelaren in proefdieren en daar is R.C. Hartelust BV een van. In Europa is Hartelust een van de belangrijkste spelers op het terrein van handel in proefdieren.
Bijna maandelijks staat een groep dierenactivisten van de ADC voor het hermetisch gesloten hekwerk van het bedrijf. Ook vandaag kon Hartelust zich verheugen op belangstelling. Om acht uur 's morgens stond al een groep van ongeveer vijfentwintig dierenactivisten met spandoeken, protestborden en megafoons bij Hartelust. Tot tien uur lieten zij zich zeer luid horen.
Het smoezelige bedrijfspand van Hartelust bevindt zich feitelijk anoniem in een Tilburgse woonwijk. Een goed beveiligde bolcamera, links boven het gesloten hekwerk, draait spiedend rond om de vreedzame activisten te begluren. Geen enkel bord wijst op de aanwezigheid van een bedrijf, laat staan een proefdierhandelaar. Af en toe wordt ergens een stukje vitrage aan de kant geschoven. Ook Roberto Hartelust zelf houdt de activisten in de gaten. Zijn bedrijf ligt noodgedwongen een paar uurtjes stil. Een paar agenten houden het protest in de gaten.
Hartelust importeert apen vooral uit China waar het bedrijf de dieren koopt bij een grote fokkerij. In China is nauwelijks tot geen dierenwelzijnswetgeving voor de fok, wildvang en verkoop van apen. Ook is er absoluut geen duidelijkheid welke apen in het wild gevangen zijn en welke in gevangenschap zijn geboren. Veel van de apen in Chinese bedrijven zijn geïmporteerd uit Birma en Vietnam. De herkomst van de apen in het bedrijf van Hartelust is dan ook niet geheel duidelijk. De dieren worden doorverkocht aan universiteiten, overheidsinstellingen en farmaceutische laboratoria.
In het voorjaar van 2005 raakte Hartelust in opspraak. Het bedrijf had vijftig in China gefokte apen, na een periode van quarantaine in Tilburg, vervoerd naar het onderzoekscentrum Smittskyddsinstitutet in het Zweedse Solna voor onderzoek naar HIV. Alle apen die door dit instituut worden gebruikt zijn afkomstig uit Tilburg. Tijdens de reis overleden echter vier van de makaken (macaca fascicularis; java-apen). De apen zouden overleden zijn, omdat de kooien tijdens het lange, zeventien uren durende, transport te dicht van de verwarming van de goederenbus stonden. Het Zweedse Animal Welfare Agency klaagde Hartelust aan voor dierenmishandeling, overtreding van de Dierenwelzijnswet en het niet naleven van Europese regelgeving. De zaak werd echter geseponeerd, omdat er teveel tijd zat tussen het incident en de aanklacht. Ook bleek de dood van de aapjes geen prioriteit te hebben bij de Zweedse politie.
Naar aanleiding van de dood van de apen werd in april 2005 een internationale demonstratie in Tilburg gehouden tegen Hartelust BV. Ruim driehonderd dierenactivisten uit diverse landen lieten hun stem horen in de stad en bij het bedrijf van Roberto Hartelust.
De handel van Hartelust is een handel in onduidelijkheden, geheimzinnigheid en schimmigheid. Op dit moment zijn er mogelijk rond de 200 apen in het bedrijfsgebouw aan de Kapelmeesterlaan. Of er nu ook andere dieren worden gehouden is onduidelijk. In het verleden handelde Hartelust ook in honden, fretten en katten. Tegenover het Brabants Dagblad verklaarde Roberto Hartelust op 8 april 2005 dat de apen worden verzorgd ‘als een baby' en dat ze met de hand worden gevoerd. ‘We zetten ze in groepsverblijven, met speeltjes, want de aap leeft in groepen. Onze dieren zijn uitsluitend bestemd voor medische testen.', aldus Hartelust in april 2005.
Dierenactivisten twijfelen echter sterk aan het diervriendelijke karakter van vader en zoon Hartelust. ‘Laat ze eens open kaart spelen en laat ze eens de gewone man en vrouw in Tilburg zien hoe de apen in hun bedrijf zijn gehuisvest. Het is hun uiteraard alleen te doen om financieel gewin en dat over de ruggen van weerloze dieren.', aldus een bewogen Robert Molenaar, woordvoerder van de Anti Dierproeven Coalitie. Molenaar: ‘Toen wij op 19 september vorig jaar bij het bedrijf protesteerden zagen we in een grote afvalcontainer van afvalverwerker Van Ganzewinkel, die buiten het bedrijfsterrein stond, allerlei afval uit het bedrijf van Hartelust. Zichtbaar in die container lagen vele injectiespuiten, die gewoon met regulier afval waren gedumpt. Ook kwam er een ondraaglijke stank uit de container. Kinderen uit de buurt konden er eenvoudig bij met alle risico's van dien. Ook buurtbewoners spraken toen hun verontwaardiging uit.' ‘Roberto Hartelust weet gewoon heel goed waar hij mee bezig is en dat er zaken in zijn handel gebeuren die mogelijk het daglicht niet kunnen verdragen. Waarom anders al die geheimzinnigheid en geslotenheid?', aldus de ADC-woordvoerder.
De instantie die formeel toezicht moet houden op een bedrijf als dat van Hartelust is volgens de gemeente Tilburg de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA), afdeling Centrale Handhaving Dierproeven. Dit toezicht vindt plaats op grond van de Wet op dierproeven (Wod). Deze wet stelt eisen aan de huisvesting en verzorging van proefdieren. Het jaaroverzicht 2007 van de VWA, ‘Zo doende 2007', vermeldt echter op geen enkele wijze het bedrijf R.C. Hartelust BV. Het rapport vermeldt welke dieren en in welke hoeveelheden in ons land gebruikt worden als proefdieren, maar wààr de dieren worden gehouden vermeldt het rapport niet.
De VWA blijkt ook niet bereid om mede te delen hoe vaak Hartelust jaarlijks gecontroleerd wordt. ‘De VWA mag geen enkele informatie verstrekken over individuele bedrijven.', aldus een woordvoerder van de Voedsel en Waren Autoriteit. Bij het horen van het woord ‘proefdierhandelaar' klinkt meteen een ‘Oeps'. ‘Zelfs wanneer iemand een beroep zou doen op de Wet Openbaarheid van Bestuur is de kans dat de gevraagde informatie wordt verstrekt zeer miniem.'
Volgens het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Tilburg wordt Hartelust ‘door de VWA regelmatig gecontroleerd en bij deze controles zijn geen overtredingen van de eisen gesteld door de Wod of door de regeling huisvesting en verzorging van proefdieren geconstateerd.'
Opmerkelijk is dat volgens het College Hartelust geen milieuvergunning nodig heeft voor haar activiteiten. In november 2004 maakte de gemeente Tilburg via ‘De Tilburgse Koerier' nog bekend dat een beschikking was afgegeven aan Hartelust ‘voor een revisievergunning voor een groothandel in dieren.' Een dergelijke vergunning is nodig wanneer een milieuvergunning afloopt of wanneer een bedrijf veranderingen wil toepassen. In een nadere reactie laat de gemeente weten dat Hartelust ‘sinds 1 januari 2008 onder het zogenoemde Activiteitenbesluit valt.'
‘Het bedrijf heeft geen milieuvergunning meer nodig en hoeft alleen maar melding te doen van haar activiteiten. Wij kunnen een dergelijke melding niet weigeren.', aldus een medewerker van de afdeling Communicatie van de gemeente Tilburg.
Met de invoering van het Activiteitenbesluit op 1 januari 2008 blijkt voor zo'n 37.000 bedrijven, waaronder ook Hartelust, de milieuvergunningplicht te zijn vervallen. Dit moest volgens het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer een belangrijke stap worden naar lastenverlichting voor bedrijven. In het Activiteitenbesluit zijn 12 besluiten samengevoegd, waaronder Besluit bouw- en houtbedrijven milieubeheer, Besluit jachthavens, Besluit opslag- en transportbedrijven milieubeheer, Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer en Besluit opslaan in ondergrondse tanks. Waar een bedrijf als Hartelust onder valt is onduidelijk. De lastenverlichting zou het een bedrijf als Hartelust, dat handelt in een schemergebied, nog makkelijker kunnen maken om regel- en wetgeving niet zo nauw te nemen.
Volgens VROM-woordvoerder Jaap Eikelboom ontslaat het Activiteitenbesluit de gemeente Tilburg er echter niet van om ‘toe te zien'. ‘De gemeente is en blijft verantwoordelijk voor controle en toezicht en heeft ook de plicht om op te treden.', aldus het ministerie van VROM.
Volgens de gemeente zijn er overigens bij Hartelust voor zover bekend geen incidenten geweest. ‘Alleen het incident met die container is bij ons bekend.', aldus het College van Burgemeester en Wethouders.
Op de vraag of het College van B & W de aanwezigheid van een bedrijf als R.C. Hartelust BV in een woonwijk moreel en ethisch verantwoord vindt volgt een duidelijk antwoord. ‘Wij zijn niet eigenhandig in staat om de handel in proefdieren te verbieden. Wij zouden dit liever anders zien. Helaas ligt wet en regelgeving en ook het verlenen van vergunningen voor handel in proefdieren niet bij ons maar bij de Voedsel en Waren Autoriteit. Wij hebben hierin geen aanvullende bevoegdheden.'
De dierenactivisten van de Anti Dierproeven Coalitie denken daar anders over. Robert Molenaar: ‘Ook een gemeente moet toch middelen hebben om een vorm van actie te ondernemen tegen een bedrijf als Hartelust. Het is beangstigend en onacceptabel dat de handel in proefdieren achter gesloten deuren plaatsvindt en dat de overheid hier te weinig grip en zicht op heeft. Dat zegt genoeg over de - economische - macht van dit soort verderfelijke handel in dieren. Dieren die hun leven in pijn, stress en eenzaamheid eindigen in de proefdierindustrie die vooral in opdracht van multinationale farmaceutische bedrijven werkt.'
Dat aapjes die door Hartelust worden geïmporteerd en doorverkocht, werkelijk belanden in de handen van wetenschappers voor het uitvoeren van experimenten blijkt uit een publicatie in april 2006 in het blad ‘Neurosurgery'. Daarin wordt gedetailleerd beschreven hoe in 2005 in de universiteit van Navarra, in het Spaanse Pamplona, bij 8 java-apen zenuwen in de gezichten werden doorgesneden en verwijderd. Doel van dit onderzoek was om ‘de effecten waar te kunnen nemen bij de verwijdering van zenuwen'. Het artikel vermeldt dat de 8 aapjes (wegend tussen slechts 3 en 4 kilo) geleverd werden door ‘R.C. Hartelust, Tilburg, The Netherlands'. Bij dit onderzoek was ook zijdelings betrokken het Biomedical Primate Research Center (BPRC) in Rijswijk. Hier werden dna-monsters van de ‘Hartelust' aapjes onderzocht.
Na het protest deze vroege vrijdagochtend laat Molenaar nog weten dat de ADC net zo lang bij Hartelust zal blijven demonstreren tot het bedrijf met de handel in proefdieren stopt. Hij en de groep dierenactivisten verlaten Tilburg om op weg te gaan naar hun volgende doel: het consulaat van Nepal aan de Amsterdamse Keizersgracht. ‘In Nepal is een bedrijf dat makaken fokt voor de proefdierindustrie. De eerste vijfentwintig dieren zouden binnenkort naar een proefdierlaboratorium in Amerika worden vervoerd. Maar, mede door onze acties heeft deze week het Nepalese parlement de export verboden. Ons protest blijft echter noodzakelijk, omdat wij willen dat de twee apenfokboerderijen in Nepal sluiten en de apen aan de natuur worden teruggegeven. Wij zijn als ADC succesvol gebleken en ons succes willen we zeker doortrekken naar Hartelust.'